St. Ephrem de Syriër
Ephrem (306-373, eerste zaterdag van het Grote Vasten):
De grootste Syrische dichter, ‘de Lier van de Heilige Geest’, werd aan het begin van de vierde eeuw geboren in het gebied rond Nisibis (ten Noordwesten van Mosul in Noord Irak). Maar in 363 werd de Nisibis, als onderdeel van een vredesverdrag, overgedragen aan de Perzen, waardoor Mor Ephrem een vluchteling werd. Uiteindelijk belandde hij in Edessa waar hij de laatste tien jaar van zijn leven doorbracht. Hij stierf op 9 juni 373
.
Zijn ouders waren waarschijnlijk christenen (ook al stelt een Leven uit de zesde eeuw dat zijn vader een heidens priester was). Het zesde-eeuwse Leven van Ephrem schildert hem af als een monnik, maar dat is een anachronisme. Mor Ephrem leefde wel celibatair. Het grootste deel van zijn leven was Mor Ephrem diaken (in ± 338 werd hij tot diaken gewijd) en deed hij dienst in de kerk van Nisibis en diende onder Mor Jacob van Nisibis die deelnam aan de Synode van Nicea in 325.
Mor Ephrem schreef alleen in het Syrisch, het Edesseense dialect van het Aramees, maar zijn werken zijn vertaald in het Armeens, Grieks en later ook in het Latijn. Veel van zijn werken zijn in de vorm van proza, een poëtisch versritme. Hij schreef veel polemische werken tegen Marcion, Bardaisan, Mani en de Arianen. Hij schreef ook veel bijbelse commentaren, op basis van de Diatessaron, op Genesis. In zijn werk maakt hij veelal gebruik van typologieën en symboliek.
Zijn proza nam twee vormen aan: madrashe (hymnen) en memre (vershomilieën). Zijn prozaïsche werk had grote invloed op de Syrische en Griekse hymnologie. In de kalender van Rabban Slibo wordt hij samen met twee andere Syrische dichters Mor Isaak en Mor Jacobus van Sarug herdacht op 19 februari; en dat is juister.


